De rechterkant van het bed en waarom vrouwen me ineens irriteren

De laatste dagen merk ik dat ik me irriteer aan vrouwen. Niet een beetje, nee een boel. Ik irriteer me omdat ik vind dat ze moeilijk doen, niet uitspreken wat er echt is, niet doen wat ze zeggen. Of vreselijk emotioneel doordraven in een soort heksenjacht op mannen.

Het valt me op. Ik reageer gewoonlijk niet snel geïrriteerd, kan het meestal wel onder de paraplu van compassie en begrip opvangen en liefdevol omarmen. Er soms lekker om grinniken. Maar nu dus niet. Ik kan natuurlijk gewoon besluiten dat de vrouwen hieraan schuldig zijn, dat het allemaal aan hen ligt. Maar ik weet dat dat zelden (nooit?) de werkelijkheid kan zijn. Waarom raken ze me ineens zo?

Terugkijkend op de afgelopen weken zie ik dat er nogal wat gebeurd is. Met Compadres op het Eigenwijs festival gestaan en daar veel in de mannenenergie geweest. M’n lief die vervolgens 2 weken weg is, waardoor ik veel met mezelf ben. Zelf de keuzes moet maken wat ik wil, ga doen, niet ga doen. Er is er immers nu maar één die de initiatieven kan nemen en dat ben ik zelf.

Daarna weer samen zijn we snel het Hieros Gamos festival ingedoken. Wederom dagen lang in de polariteit van man/vrouw, mezelf ook nog eens extra sterk neergezet hebbende door voor de mannen, samen met m’n broer, een workshop te geven en als letterlijk vuurwerk de vuurloop te doen. De vuurloop waarbij ik mijzelf een meditatie zie geven voor 52 krachtige prachtige mannen. Letterlijk in het midden van de cirkel sta, het middelpunt van een mannencirkel ben en voel hoe ik sta. Stevig, aanwezig, helder. Wat een moment! Zo’n moment volgt snel daarna nog een keer, wanneer ik als eerste voor het vuur sta. Niemand die me voorgaat, niemand die zegt ‘ga maar’. Nee, het is aan mij om te beslissen, het is aan mij om mezelf toestemming te geven om te lopen. Ik voel de druk die ik zelf creëer want er staat immers een grote groep achter me te wachten. Ik voel de hitte van het vuur, ik hoor de gedachten voorbij stromen. Gedachten van angst, van vertrouwen, van ongeduld, van rust. En dan voel ik mijn lijf naar voren bewegen, het vuur me roepen, en ik loop. Ik loop op mijn eigen ja, mijn eigen toestemming, mijn innerlijk weten. Aan de overkant is er een stille explosie, extase. Ik voel mijn doen in mijn zijn vallen en oh wat voelt dat rustig en sterk. Ik kom thuis in mijzelf en geniet!

De dag erna volgt een prachtige rituele samenkomst met de vrouwen en de hereniging met m’n lief. Ineens komt ‘de plek van de man’ ter sprake. “Ik hoor links van jou” hoor ik mijn lief zeggen. Ze had een familie opstelling gedaan waarin dat was benoemd. En ik besefte me dat ik dat recent ook van iemand anders hoorde. Niks nieuws maar het kwam nu anders binnen. De plek van de man is rechts van de vrouw! Maar wacht, ik loop heel vaak links. Sterker nog, ik lig in bed altijd links, in al mijn relaties vanaf mijn 21ste al! Het fascineert me, houd me bezig.

Thuis gekomen besluiten we dat we het ‘recht’ gaan zetten. Nadat m’n lief 4 dagen bij een vrouwenworkshop is geweest (weer polariteit!) draai ik de matrassen om, de kastjes om. Zelfs de indeling bij de wastafel zetten we ‘recht’. Het is even wennen maar voelt tegelijk goed, helder.

En daarmee begon de irritatie. Ik merkte dat ik anders reageerde op ‘de vrouwelijke eigenaardigheden’. Zoals gezegd kan ik ze dan collectief stom gaan vinden, maar het is veel interessanter voor mij om naar binnen te kijken. Wat is er daar gebeurd, wat wordt er aangeraakt? Alles wat ik hierboven schreef begint te dagen. En dat ik mijn plek als man ben gaan innemen. Mijn plek, daar waar ik al die jaren niet was. Ik zie dat ik er als klein jochie van ben weggerend. Mede ook omdat mijn moeder me ooit op mijn seksualiteit aansprak en ik me in dat stuk vervolgens teruggetrokken heb. Het ‘ik ben een man’ ben gaan verbergen. Om te kunnen zijn met mijn dominante moeder ben ik op de vrouwen plek gaan staan want dan hoefde ik niet met haar te wedijveren. Logisch dus dat ik zo makkelijk met meisjes kon omgaan. Die plek was relatief veilig, ik kon me makkelijk aanpassen, pleasen en als verkapte vriendin gedragen. Maar ondertussen kon ik mijn eigen manzijn maar lastig pakken. Mag mijn mannelijkheid er zijn, mag ik er zijn? De goedkeuring van mijn vader heb ik daarin nooit ervaren, het onderdrukken van mijn levenslust door mijn moeder des te meer. En de verwarring is jarenlang gebleven.

Nu is het anders, ik lig immers rechts in bed en dat was mijn keuze. Ik lig en sta nu op de plek van de man en ik ging de mannen voor door het vuur. En ik merk dat het me raakt. Ik voel een angst voor veroordeling door het vrouwelijke van mijn mannelijkheid. Iets van ‘ik kan het nooit goed doen’. Mijn logische hoofd raakt in paniek als het de onderliggende gevoelens van mijn keuzes onder woorden moet brengen. Het snapt het zelf niet, binair en analoog zijn zulke verschillende werelden. Hierin herken ik mijn eindeloze onrust, dat ik nooit genoeg bevestiging kon ontvangen om te ontspannen in ‘goed genoeg zijn’, juist omdat ik vanuit logica mijn eigen gevoelens niet vertrouwde. Altijd moest ik mijzelf bewijzen en moest de goedkeuring van buitenaf komen. “Waar wacht je nog op” zegt mijn therapeut dan, “goedkeuring van je ouders ga je niet meer krijgen, geef het aan jezelf”. Hij heeft gelijk, die goedkeuring kan ik alleen mijzelf geven. En het is ook nodig want anders blijf ik in dit verlammende afwachten en eindeloos niet goed genoeg zijn hangen. Het mannelijke en het vrouwelijke mogen zich in mij verenigen! Het doen en het zijn horen bij elkaar. En ik omarm mijzelf met alles wat en wie ik ben en lig heerlijk rechts in bed! Aho!

Warme groet,
Sjaak